logo_kabinetsformatie 2010

Direct naar (in deze pagina): inhoud of menu.

U bevindt zich op: Home Actueel

Persconferentie informateur Tjeenk Willink 13 september 2010

Informateur Tjeenk Willink gaf op 13 september 2010 een toelichting op zijn eindverslag dat hij aan de Koningin heeft aangeboden.

Informateur Tjeenk Willink gaf op 13 september 2010 een toelichting op zijn eindverslag dat hij aan de Koningin heeft aangeboden.
  • Download deze video

  • Uitgeschreven tekst

    Zoals u juist gehoord hebt, heb ik het  verslag van mijn informatiewerkzaamheden uitgebracht aan de Koningin, iets later dan ik eigenlijk eerlijk gezegd ook zelf op 8 september, toen we elkaar voor het laatst ontmoetten, had verwacht. Ik hoop dat u de gelegenheid heeft gehad van het verslag kennis te nemen. Als dat zo is, dan zal de opzet u niet hebben verbaasd na mijn toelichting vorige week woensdag op mijn opdracht en de wijze waarop ik die opdracht dacht uit te voeren.

    Mijn werkzaamheden waren vooral inventariserend en informerend van aard, en niet inhoudelijk. Allereerst heb ik de twee gaten gedicht waarover ik vorige week woensdag sprak. Die waren gevallen tussen de conclusies van informateur Opstelten op zaterdag 4 september en de opstelling van de drie fractievoorzitters van VVD, PVV en CDA op dinsdag 7 september. En tussen de adviezen aan de Koningin van de fractievoorzitters op maandag 6 september en hun opstelling in het Kamerdebat op dinsdag 7 september.

    Daartoe heb ik de voorzitters van alle fracties in de Tweede Kamer ontvangen en hen gevraagd of zij de adviezen die zij op maandag 6 en dinsdag 7 september aan de Koningin hadden uitgebracht ongewijzigd wensten te handhaven in het licht van de sedertdien gewijzigde politieke situatie. De weergave van die gesprekken vindt u op pagina 1 van het verslag. Het zal niet verbazen dat de voorzitters van de fracties van VVD, PVV en CDA adviseerden de informatiewerkzaamheden onder leiding van mr. I.W. Opstelten zo snel mogelijk te hervatten.

    Vervolgens heb ik de voorzitters van de overige fracties in de Tweede Kamer gevraagd naar hun opstelling ten aanzien van een kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV. En dat leek me relevant vanwege de afhankelijkheid van een kabinet van VVD en CDA van andere fracties in de Kamer bij de uitvoering van die afspraken in het regeerakkoord die niet ook in het gedoogakkoord zijn opgenomen en van die onderwerpen die daarin niet geregeld zijn. Zoals ik in het verslag heb aangegeven: hun aantal pleegt gedurende de kabinetsperiode snel te groeien.

    Een weergave van de opstelling van de fracties ten aanzien van het kabinet denken in te nemen, vindt u op pagina 2 en 3 van het eindverslag. Conclusie: de voorstellen van een kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV-fractie zullen op hun merites worden beoordeeld, zij het dat de voorzitters van de andere fracties daarbij hun eigen kanttekeningen maakten.

    Zoals ik in mijn toelichting op woensdag 8 september al aangaf van plan te zijn heb ik met de voorzitters van de fracties van VVD, PVV en CDA gesproken over de reële inschatting van de kansen en risico's bij de vorming en het functioneren van het door hen beoogde kabinet.

    Allereerst spraken de drie fractievoorzitters, op grond van de bespreking in de afgelopen weken van alle onderwerpen die in een van beide of beide akkoorden een plaats zullen krijgen, het vertrouwen uit dat de onderhandelingen inhoudelijk tot het beoogde resultaat zullen leiden. Al is er nog het nodige te bespreken en blijft het voorbehoud gelden dat over niets besloten is voordat over alles volledig overeenstemming is bereikt.

    Vervolgens heb ik de drie fractievoorzitters gevraagd naar eventueel binnen hun fracties levende principiële bezwaren tegen het beoogde kabinet of eventuele programmatische reserves. De fractievoorzitter van de VVD heeft in zijn fractie geen bezwaren of reserves ontmoet. Het eindresultaat van de onderhandelingen zal aan de VVD-fractie worden voorgelegd.

    De fractievoorzitter van de PVV heeft op basis van het overleg met zijn fractie unaniem instemming gekregen de onderhandelingen te hervatten. De PVV-fractie bepaalt zijn uiteindelijke standpunt evenwel pas op basis van de inhoud van het onderhandelingsresultaat.

    De fractievoorzitter van het CDA heeft van zijn voltallige fractie de onvoorwaardelijke instemming gekregen met voortzetting van de onderhandelingen. De CDA-fractie bepaalt vervolgens zijn standpunt op basis van de inhoud van het onderhandelingsresultaat. De CDA-fractievoorzitter verwacht dat de bij leden van zijn fractie nog levende principiële bezwaren of programmatische reserves kunnen worden weggenomen.

    De drie fractievoorzitters gaven aan voor de hervatting van het informatieproces geen nieuwe voorwaarden te zullen stellen of extra garanties te kunnen geven. En dat slaat, zoals u weet, op de eerdere voorwaarden door de heer Wilders gesteld, waar de heer Verhagen op de persconferentie op 3 september van zei: het gaat er niet om of het een redelijke of onredelijke eis is, maar het is een onmogelijke eis in verband met de Grondwet.

    In het kader van de reële inschatting van de kansen en risico's bij de vorming en het functioneren van het beoogde kabinet is ook aan de orde geweest dat het aangewezen zijn op wisselende meerderheden eisen stelt aan het kabinet en de afzonderlijke bewindslieden. De fractievoorzitters zijn zich daarvan bewust. Dat is mij ook door oud-informateur Opstelten toen meegedeeld.

    Bij het aangewezen zijn op wisselende meerderheden heb ik bijzondere aandacht gevraagd voor de Europese agenda die de komende maanden belangrijke onderwerpen zal bevatten. De nieuwe informateur zou er naar mijn oordeel goed aan doen zich daarover nader bij de fracties in de Kamer te oriënteren. In het kader van de noodzaak een reële inschatting te maken van de kansen en risico's heb ik met de voorzitter van de Eerste Kamer gesproken over de constitutionele verhoudingen tussen beide Kamers en de voornaamste taak van de Eerste Kamer. Zijn overwegingen acht ik van belang bij het verdere onderzoek naar de totstandkoming van het beoogde kabinet.

    Daarbij heeft dit onderwerp overigens een relatie met het onderwerp Europa, omdat de verhouding tussen de beide Kamers waar het Europa betreft een ander is dan waar het de Nederlandse verhouding betreft. De invloed van de Eerste Kamer, de mogelijkheid van de Eerste Kamer bij beoordeling van ontwerp Europese regelgeving, is gelijk aan die de Tweede Kamer heeft. U ziet dat in het Verdrag van Lissabon.

    De drie fractievoorzitters van VVD, PVV en CDA hebben hun vertrouwen uitgesproken in een goed en ongestoord verder verloop van het informatieproces dat op vrijdag 3 september werd afgebroken en thans kan worden voortgezet. Daarom heb ik de Koningin geadviseerd mr. I.W. Opstelten te verzoeken zijn onderzoek naar de spoedige totstandkoming van een stabiel kabinet van VVD en CDA dat met de steun van de PVV kan rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal voort te zetten.